Zaterdag 1 december jl zijn we met een paar collega’s naar de oevers van de Niger gereden, voor de seizoentrek van het vee van de droge sahel naar groenere weiden vlak bij Diafarabé wat in de binnen delta van de Niger ligt. Maar het is meer dan zoeken naar voedsel voor de beesten alleen, het is een traditie, een jaarlijks festival van de Fulani en de Peul die vieren dat de jonge herders met het vee terugkomen naar hun dorp waar de meisjes wachten op hun vrienden, de bruiden op hun bruidegom. Jonge vrouwen prachtig in het wit met kralen van amber in hun haar en van die zilveren munten uit de tijd van het Habsburgse Huis.
De competitie tussen die mannen en jongens is te tonen wat ze waard zijn als veedrijver, je moet laten zien dat je de kudde kunt leiden, juist bij zo’n gevaarlijke oversteek over de rivier.
Wij waren op de oever van de rivier en stonden temidden van de kuddes en de herders en zagen de aantallen groeien. In de rivier lagen bemande piroques klaar om te voorkomen dat de beesten afdwalen en verdrinken. Er hangt een sfeer van geduldig wachten. Er komen drie ministers, dat betekent altijd wachten.
Dit is een traditie met een keurmerk van Unesco, cultureel erfgoed sinds 2005. Men praat wat, loopt rond, kijkt de naar de koeien, schudt handen van bekenden, lang niet gezien, ça va?
Wij zijn helaas niet de enige toeristen en wat voor mij verbazend is is dat het de mensen onverschillig laat die buitenlanders. Integendeel, eerder vriendelijk, groeten, kijken je aan maar vragen niet om cadeaus. Trotse mensen die met hun eigen feest bezig zijn en ons toelaten zonder iets te verwachten.
Het heeft ook niets commercieels. In Nederland zou we direct kraampjes met vette happen neerzetten, geld verdienen, klapstoeltjes klappen open en bermtoerisme parkeert de auto. Hier in Mali gaat dat anders. Dit is feest vieren zonder enig commercieel oogmerk. Hier gaat het om de eer, wie is de beste herder en wie de slechtste, daar gaat het om. Wie verliest krijgt de poedelprijs, een pinda. Erger kan niet.
De jongens die het moeten doen, bidden van te voren met elkaar, rennen rond in een soort warming up van de geest. En daarna worden de beesten in kuddes het water ingejaagd. De herders varen en zwemmen mee, moedigen de dieren aan, de kleinsten worden soms uit het water gehaald en in de piroque meegenomen, maar er zijn ook dieren die uit vermoeidheid het contact met de groep verliezen en door uitputting het begeven. Ze verdrinken en spoelen aan op de oever.
Voor de echte moslims is een verdronken koe of kalf niet aantrekkelijk, dieren horen eerst te worden geslacht. De verdronken dieren zijn dus res nullius cedit accupanti zouden de latinisten zeggen, ze zijn van niemand. En dan schieten de Bambara en Bozo jongens toe, hakken met grof geweld stukken af en lopen triomfantelijk weg met een poot of een kop. Ik begrijp dat het onvermijdelijk is maar het is een ruw en bloederig geheel. Bovendien denk ik dat de vele bootjes met toeristen op het water ook bijdragen aan het verlies van dieren die het contact met hun groep verliezen. Nee, dan is het bij ons allemaal veel beter geregeld, neem bv de Albert Heijn, daar ligt het allemaal keurig en onherkenbaar in plastic verpakt te wachten tot de kassajuffrouw vraagt: “Spaart u ook air miles?”
Ga voor meer foto's en informatie naar Bert's
fotoblog over Mali.